Kreta

Preveli Beach | © Sanne van der Valk

Ruige bergen en bounty stranden

Op zoek naar een bestemming waar je én lekker aan het strand kan liggen én er lekker op uit kan? Dan is Kreta wat je zoekt. Wij vonden er voor ieder wat wils: ruige natuur, bounty stranden, mooie dorpen, lekker eten, volop cultuur en geschiedenis én hele aardige mensen.

Met twee vriendinnen ben ik 12 dagen wezen nazomeren op Kreta. Met een gemiddelde 27 graden in oktober was dat zeker geen straf. We zijn alle drie niet het type dat all-inclusive 12 dagen aan het zwembad wil liggen, maar gaan liever de natuur in en trekken ons eigen plan. Op Kreta is een huurauto daardoor bijna onvermijdelijk. Met vier grote bergketens die het eiland doorklieven én ruim 1000 kilometer kustlijn is er nogal wat te zien. Wij hebben ons beperkt tot het midden en westen van het eiland met als uitvalsbasis de stad Rhetymnon.

Kreta is het grootste eiland van Griekenland. De hoofdstad Heraklion is de grootste stad, gevolgd door de steden Chania en Rhetymnon.

© Sanne van der Valk

Op zoek naar een combinatie van natuur, strand en cultuur hebben we 7 keer een route uitgestippeld langs locaties die ons interessant leken. Hieronder vertel ik jullie de mooiste dingen we zijn tegengekomen tijdens ons verblijf op Kreta.

Het Lassithi Hoogplateau

Een ezel in traditionele Griekse uitrusting staat op de bergrug die het Lassithi Hoogplateau omringt. Het hoogplateau is een vlakte waar veel veeteelt voorkomt en wordt omringd door de Dikti-bergen. | © Sanne van der Valk

Het Lassithi Hoogplateau ligt, zoals de naam doet vermoeden, hoog in de bergen. Op zo’n 800 meter hoogte ligt een uitgestrekt vlak landschap waar veeteelt en landbouw de voornaamste bron van werk zijn. Ingekapseld tussen het 2148 meter hoge Diktigebergte, herbergt het meerdere mooie plekken. Via een goed aangelegde weg slinger je vanaf de snelweg omhoog de bergen in. Haarspeld na haarspeld met vele vergezichten die vragen om een foto. Als wachters uit verloren tijden, doemen aan de top de laatste traditionele windmolens van het Plateau op. De typische stenen torentjes met de houten wieken zijn het uitstappen waard. Vanaf de bergrug, tussen de molens, heb je waanzinnig uitzicht over de omgeving.

De windmolens werden gebruikt om materialen en voedsel te vermalen en stammen uit de Byzantijnse tijd. Een aantal zijn er in hun oude glorie hersteld. 

© Sanne van der Valk

Na de windmolens begint de afdaling naar het plateau zelf. Van bergen naar vlak graslandschap waar schapen en geiten lui in de schaduw liggen. We zijn onderweg naar het kleine dorpje Psychro en de vlak daarbuiten gelegen Dikti-grot. Beter bekend als de “Grot van Zeus”. Het is vanaf het dorpje nog een pittige klim omhoog. Maar met een prachtig uitzicht op de hoogvlakte. Bij de ingang van de grot, koop je voor een paar euro een kaartje. Dan volgt een trap de diepte van de berg in. In deze grot zou Zeus zijn geboren en verborgen zijn gehouden voor zijn vader, Chronos. Die had de reputatie zijn kinderen op te eten. Zeus, oppergod der Grieken, werd door de geit Almathía grootgebracht, onder toezicht van de nimfen. Mythe of niet, tussen de eeuwenoude en torenhoge zuilen hangt een mystieke sfeer.

De “Grot van Zeus” waar de oppergod zou zijn opgevoed door de geit Almathía. | © Sanne van der Valk

Frangokastello

Vanaf Rhetymnon ligt het Venetiaanse fort Frangokastello bijna recht naar beneden, aan de zuidkust. Je moet er wel dwars voor door de bergen. Het blijkt de mooiste weg die wij tijdens onze vakantie rijden. Vanaf Chania gaan we dwars door de “Witte Bergen” of “Léfka Óri” in het Grieks. Hier rijden we door kleine bergdorpen waar de geiten en schapen meer vrijheid genieten dan ieder ander. Sta niet raar te kijken als je een kudde midden op de weg tegenkomt. Langzaam rijden is niet alleen daarom belangrijk, de haarspeldbochten zijn niet te tellen. Na een zinderende afdaling van 20 minuten, bevinden we ons in het zuiden van Kreta. Waar we Frangokastello al tegen de azuurblauwe zee zien opdoemen.

Frangokastello is een oud Venetiaans fort dat stamt uit circa 1340. Gebouwd door de Venetianen moest het de Grieken beschermen tegen invallen van Ottomaanse piraten. Tegenwoordig staan alleen de buitenmuren nog en is één van de torens hersteld en open voor het publiek. De typisch vierkante vorm zie je in veel forten op het eiland terug. Het naastgelegen Frangokastello Beach is lang en goudkleurig, ideaal voor gezinnen en kinderen. Het dorp is (nog) niet ontdekt door massatoerisme dus vind je hier geen enorme hotels.

Preveli Beach

Als je dan toch naar Frangokastello bent gereden, rijd dan ook zeker door naar Preveli Beach. Vanaf Frangokastello ga je een stukje verder langs de kust en terug de bergen in. Onderweg kom je door het plaatsje Plakias. Preveli ligt een stukje verder en is minder toegankelijk. De weg brengt je tot het parkeerterrein vanwaar je nog een steile trap af moet langs de bergwand. Dit is echter prima te doen als je stevige schoenen aan hebt. Halverwege de trap heb je een uitkijkpunt waarvandaan je meteen ziet dat dit inderdaad één van de mooiste stranden van Kreta is. De rivier brengt zoet water vanuit de bergen en mondt hier uit in de zee. De vallei van de rivier staat ook bekend als de “Vallei van de Palmen”. In het palmbos kun je ook prima wandelen.

Preveli Beach vanaf het uitkijkpunt. Hier ontmoet zoet rivierwater de zoute zee. |© Sanne van der Valk

Preveli is ook de plek waar wij het beste gesnorkeld hebben van alle stranden die we hebben bezocht. Het water is kristalhelder en vlak bij de kust zwemt er van alles. Op het strand is een restaurant aanwezig, er zijn toiletten en een omkleedhokje.

Balos Beach

Nog een prachtig strand op Kreta is Balos Beach. Het is zelfs uitgeroepen tot één van de mooiste stranden van Griekenland. Maar daardoor is het er in het hoogseizoen erg druk. Zelfs in oktober viel de drukte ons een beetje tegen. Balos Beach is een verscholen lagune in het “Wilde Westen” van Kreta. Tot aan de stad Kissamos gaat het nog over verharde wegen, maar daarna volgt een 7 kilometer lange, onverharde weg naar Balos. Harder dan 20 kilometer per uur ga je niet, maar het is wel een avontuur. Tussen de schapen en geiten rijd je langs de meest westelijke kaap van het eiland. Na het parkeerterrein wacht nog een behoorlijke afdaling naar het strand. Ik raad aan om stevige schoenen aan te doen en niet te zwaar bepakt op pad te gaan. Maar als je eenmaal in de zon ligt op dat parelwitte strand, ben je de afdaling alweer vergeten!

De lagune van Balos Beach met het eiland Gramvousa. | © Sanne van der Valk

De ruïnes van Knossos

Naast mooie natuur, kent Kreta ook een rijke geschiedenis. De oude Grieken hadden Kreta al als thuisoord en de Minoïsche ruïnes van Koning Knossos zijn paleis zijn zeker het bezoeken waard. Het doolhof bij het paleis zou de gevangenis zijn geweest van de mythische Minotaurus, een wezen half mens en half stier. Een replica van het stierenfresco is te zien in de ruïnes. Je kunt zelf over het terrein dwalen of met een gids mee. Ook de oude troonkamer is open voor publiek. Alle opgegraven spullen en voorwerpen, zijn tentoongesteld in het Archeologisch Museum in Heraklion. Bij de ingang van Knossos kun je een combinatieticket kopen waarmee je de ruïnes kunt bezoeken én het Archeologisch Museum. Vanaf Knossos gaat een buslijn naar het museum, kaartjes hiervoor kosten een paar euro.

De replica van het stierenfresco dat in de ruïnes van Knossos hangt. | © Sanne van der Valk

Wij hadden een combo-ticket gekocht en namen de bus naar Heraklion. Dat duurt ongeveer een half uur, maar is zeker de moeite waard. De hoeveelheid spullen die er in en rond Knossos zijn gevonden, is verbijsterend. De tentoonstelling is ingedeeld in tijdperiodes. Je ziet hoe de oude Griekse beschaving zich steeds verder ontwikkelde. Vishaken, bordspelletjes, een boodschappentas, talloze beeldjes, schalen en bekers, sieraden van puur goud. En mijn favoriet: de bekerhouder. Die Grieken waren hun tijd ver vooruit. Op veel van de aardewerken objecten zie je scheuren lopen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitse troepen een groot deel van de collectie (en het museum) zwaar beschadigd.

Fortezza Rhetymnon


Vanaf het Fortezza heb je een prachtig uitzicht over zee. | © Sanne van der Valk

Nog niet genoeg historie en oude gebouwen gezien? Rhetymnon, onze uitvalsbasis, kent ook een rijke geschiedenis én het Fortezza. Ook dit is een oud Venetiaans fort en moest beschermen tegen invallen van de Ottomanen. Je hebt er een prachtig uitzicht over zee en over de oude binnenstad. Veel van de oude gebouwen zijn open voor bezoek net als een deel van de ondergrondse bunkers en tunnels. De oude moskee staat gebroederlijk naast een kerkje. Een herinnering aan alle culturen die in de loop der tijd Rhetymnon en het Fortezza bevolkten.

Op het terrein van het Fortezza huist een kattenopvang-organisatie. In één van de gebouwen vangen zij zwerfkatten op en zoeken een nieuw thuis voor ze. Sta niet vreemd te kijken als je de ene na de andere kat tegenkomt op het terrein. Door middel van kunstverkoop, financieren ze het project.

© Sanne van der Valk

Ga ook vooral na een bezoek aan het fort de oude binnenstad van Rhetymnon in. Knusse straatjes met talloze kleine terrasjes gemixt met leuke souvenirwinkeltjes en luxe merken. Wij hebben geluncht bij Creperie Hari’s waar ze de meest waanzinnige crêpes, pannenkoeken, wafels, en ijs-shakes hebben. En voor wie iets minder van het zoete is, ze hebben ook heerlijke clubsandwiches. De porties zijn gigantisch, maar je kan een doggybag mee krijgen. Recht er tegenover zit een leuk keramiek winkeltje.

Calories don’t count on vacation 😉 | © Sanne van der Valk

Het sluitstuk: De Samariakloof

Hét ultieme stuk woeste natuur van Kreta is de Samariakloof. “Wie naar Kreta gaat, móét de Samariakloof lopen”, is een veel gelezen zin online. Natuurlijk moet helemaal niks, maar ook wij hebben de kloof uitgelopen. 16 kilometer over slechte, ongeplaveide bergweg. Ik vond het best zwaar, maar achteraf ben ik blij dat we het gedaan hebben. Het is inderdaad een prachtig stuk van Kreta.

De eerste fase is van 1250 meter hoogte afdalen naar de bodem van de kloof. | © Sanne van der Valk

De Samariakloof ligt in de “Witte Bergen”, dezelfde als waar wij één van de mooiste bergwegen van onze reis hebben gereden. Het startpunt ligt op 1250 meter hoogte, het eindpunt ligt 16 kilometer verderop en 1250 meter lager. De eerste fase is de afdaling naar de bodem van de kloof. Langzaam, maar gestaag. Langs de route zijn stopplaatsen met toiletten en een waterpunt. Water inslaan van te voren hoeft dus niet want het bergwater is drinkbaar. Genoeg eten (iets zoets voor de suikers en iets zouts wegens het transpireren) zijn wel belangrijk want dat kan je onderweg niet meer kopen.

Als je de bodem van de kloof hebt bereikt, lijkt het iets makkelijker te worden. Maar dan nog is het goed kijken waar je je voeten zet. Ongeveer halverwege de kloof ligt het verlaten spookdorp. Vroeger woonden hier mensen, maar nadat de rivier het dorp verwoest heeft, hebben ze aan het einde van de kloof een nieuw dorp gesticht: Agia Roumeli, ons eindpunt. In de zomermaanden (als de kloof open is voor wandelaars) bivakkeren hier de parkwachters. Wij hebben hier een iets langere pauze gehouden om de vermoeide benen even wat rust te geven. Maar te lang pauzeren wordt afgeraden omdat je dan uit het het loopritme raakt. Je moet wel voor de laatste boot vertrekt uit de haven van Agia Roumeli, daar zijn. Gemiddeld is dat na zo’n 6 uur.

Tips voor als je de Samariakloof wilt lopen

  1. Doe stevige bergschoenen aan met goed profiel.
  2. Neem genoeg eten mee. Iets zouts voor het transpireren en iets zoets om suikers mee aan te vullen. 1 hervulbare waterfles is genoeg, er zijn waterpunten langs de route.
  3. Begin vroeg met lopen want de gemiddelde wandeltijd is 6 uur en je moet voor de laatste boot vertrekt in Agia Roumeli zijn.
  4. Draag laagjeskleding. Om 09:00 is het nog erg fris, maar naarmate de zon gaat schijnen, wordt het steeds warmer.
  5. Vergeet geen zonnebril, zonnebrand en petje, de zon is genadeloos.
  6. Neem tussendoor niet te lange pauzes omdat je dan uit je wandelritme raakt. Neem steeds kleine, korte pauzes.
  7. Neem geen overbodige spullen mee, scheelt weer dragen.
  8. Een spiegelreflexcamera is leuk, maar zwaar. Een goede compactcamera of telefoon is ook prima.
  9. Heb je zwakke knieën, enkels, of problemen met je hart of longen? Dan is het misschien niet het slimste om de kloof te lopen. Het is een pittige tocht en als er iets gebeurt, kunnen de hulpdiensten vaak moeilijk bij je komen. Er zijn wel parkwachters met muilezels in geval van nood, die je naar een veiliger stuk van de kloof kunnen brengen.
  10. De dag erna heb je waarschijnlijk spierpijn. Blijf niet stilzitten, maar probeer een rustige activiteit te doen zoals een kleine wandeling of wat zwemmen.

Na het verlaten dorp volgt een rustiger stuk over vrij vlakke paden. Het is inmiddels behoorlijk warm en de schaduw van de bomen is welkom. Hier kun je even een beetje vaart maken, maar lang duurt dat niet. Geleidelijk aan gaat het pad weer wat vaker omhoog en omlaag. De keien en rotsen worden groter naarmate de zon hoger staat. De wanden van de kloof komen steeds dichter bij elkaar.

Als je mazzel hebt, kom je tijdens de wandeling de Kretaanse berggeit (Kri-Kri) tegen, het nationaal symbool van Kreta. De mannetjes hebben imposante hoorns, maar die kwamen wij niet tegen. © Sanne van der Valk

Na 10 kilometer wordt het landschap anders. Je loopt nu echt op de bodem van het ravijn met de bergstroom langs je. Her en der moet je het water oversteken waarbij je er niet doorheen mag lopen. Hink-stap-springen dus. De wanden van de kloof zijn van enkele honderden meters naar enkele tientallen meters van elkaar gegaan. Op het laatste stuk is voorzichtigheid geboden, de wanden zijn nu zo dicht bij elkaar dat je mogelijk geraakt kunt worden door vallende stenen. Maar wat is het adembenemend. Op dit stuk passeer je het smalste stuk van de kloof: “De IJzeren Poort” of “Sideroportes” in het Grieks. De wanden liggen dan zo’n drie meter uit elkaar. Van hier zijn het de laatste kilometers naar het eindpunt van de kloof.

Het einde van het Nationale Park van de Samariakloof is na 13 kilometer bereikt. Na het checkpoint is het nog 3 kilometer lopen naar de haven van Agia Roumeli, wie wil kan ook voor een paar euro een pendelbusje nemen. Wij ronden de tocht af in een nette 6,5 uur en hebben in het havendorpje nog tijd voor een welverdiende ijskoude jus d’orange. Als je op de boot terug vervolgens de zon in zee ziet zakken, is dat een mooie afsluiter van je wandeldag en een mooie afsluiter van Kreta.


De zon zien ondergaan na de Samariakloof is een mooie afsluiter. © Sanne van der Valk
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s