Op zoek naar de Big Five

Hoe een kinderdroom werkelijkheid werd in Kenia en Tanzania

♥ Living the dream ♥ Jonge mannetjesleeuw op de Serengeti. | © Sanne van der Valk

Een jaar geleden leefde ik mijn (fotografie)droom en stond ik tussen de zebra’s, gnoes, olifanten en leeuwen in Kenia en Tanzania. Wie had toen kunnen denken dat een jaar later de wereld er zó anders uit zou zien. Covid-19 heeft een ban op het reizen gelegd. Het leven staat bijna stil en we brengen veel tijd thuis door. Des te meer een kans om terug te kijken op deze fantastische reis waarin mijn kinderdroom werkelijkheid werd. Hopelijk dromen jullie er ook even bij weg, en zijn de Covid zorgen eventjes naar de achtergrond verbannen. Want heus, het komt weer goed! Hakuna Matata! Zolang we er samen de schouders onder zetten en ons aan de maatregelen houden. Hieronder mijn reisverslag van deze magische reis.

***

Karibu! Het is middernacht als we de aankomsthal van Jomo Kenyatta International Airport in Nairobi uitlopen en enthousiast begroet worden door onze Nederlandse reisleider (Jesse) en zijn twee Keniaanse kompanen: onze chauffeur Dan en kok Keoko. Het was een lange vlucht en de klamme Afrikaanse hitte omarmd ons, zelfs op dit tijdstip. Mijn grootste kinderdroom staat op het punt te beginnen: 3 weken safari (deels kamperen, deels in lodges) dwars door Kenia en Tanzania. Doel: de Big Five op de foto krijgen!

Mijn reis begint in Kenia en eindigt in Tanzania, op Zanzibar. Voor dit verslag beperk ik me even tot de Nationale parken die we hebben bezocht en die kinderdroom: de Big Five. Anders ben ik over 20 pagina’s nog aan het vertellen. Want dat deze reis zoveel onvergetelijke momenten ging bevatten, wist ik toen nog niet. Mede dankzij mijn super toffe reisgroep die mijn eerste single reis tot een groot succes maakte!

Mount Kenya

In het gebied rondom Mount Kenya is de natuur groen en uitgestrekt. Hier zetten we meteen op dag 1 voor het eerst het tentenkamp op. Oktober is de grens van het droge seizoen naar het kleine regenseizoen rond november. Als de tenten staan, gaan we te voet op onze eerste minisafari met twee lokale gidsen. In dit gebied leven drie soorten apen, die we hopen te zien. De zwart-witte Colobusaap, de Olijfbaviaan en de Sykes Monkey. Het is vrijwel meteen raak. In de berm kijkt een vrouwtjesbaviaan ons schuchter aan, tussen haar armen een klein zwart bundeltje met enorme oren. We zijn helemaal sprakeloos, zo dichtbij en zo teder.

We gaan dieper de bush in. De Colobusapen horen we boven ons, maar het is een Sykes Monkey die als eerst ons pad kruist. Een schuchter beestje met een mooie witte kraag. Een bushbuck springt geschrokken weg en boomdassen begluren ons vanuit een boom. De Colobusapen laten zich nog niet zien, op af en toe een flits zwart en wit na. Bijna terug bij de camping, zien we ze dan toch! Missie geslaagd. Je ziet meteen waarom ze ook wel franjeaap heten. Dolenthousiast zijn we al, en dan moeten de echte grote parken nog gaan komen!

Samburu National Park

De dagen erna brengen we door in Samburu National Park. Één van de droogste stukken van Kenia. We kunnen hier al veel tegen komen volgens Dan, onze chauffeur. Maar voordat ik vertrok, ben ik al 100 keer gewaarschuwd: ‘Het is vrij zeldzaam alle Big Five in één reis tegen te komen.’ Sterker nog: niemand in onze groep heeft dat ooit meegemaakt.

Direct bij binnenkomst van het park neemt Samburu mijn hart in. We weten al niet meer waar we moeten kijken. We zien generoeken en Grévyzebra’s, die alleen in dit deel van Kenia voorkomen.

De Grévyzebra is een stuk groter dan de steppezebra en de strepen lopen niet door tot op hun buik. De Grévy heeft iets meer weg van een ezel en de steppezebra van een paard.
Zie je de verschillen? | © Sanne van der Valk

We zien ook al meerdere netgiraffen en talloze impala’s, springbokken en gazelles. Tegen de tijd dat de zon lager zakt en we eigenlijk richting camping moeten, ziet Dan een groep jeeps bij de rivier. En dan, met op de achtergrond de rivier, staat in het gouden licht onze eerste leeuwin! Wat een prachtig beest. Leeuwinnen zijn meestal niet alleen en al snel zien we de rest. Het mannetje doet zich tegoed aan een prooi, maar ligt verdekt in een holte onder een boom. Maar toch: vinkje nummer 1: leeuw. We gaan daarna zo snel we kunnen naar de camping omdat de tent opzetten in daglicht toch fijner is dan in het donker. Maar bijna daar, trapt Dan op de rem en wijst. Een moeder cheeta met 3 welpjes ligt te rusten. Ik geloof het gewoon niet. De cheeta is één van mijn favorieten en daar ligt ze gewoon met drie welpen. En dit is pas dag 2…

Mijn favoriet: de cheeta. | © Sanne van der Valk

De volgende dag zijn we de hele dag in Samburu. We doen ’s ochtends vroeg een gamedrive, rusten bij het zwembad op het heetst van de dag en doen in de namiddag en vroege avond een tweede gamedrive. We zijn nog ondersteboven van gisteren.

De zon komt net op als we snel ontbijten (Keoko is een masterchef op een kampvuur en met beperkte kookmogelijkheden) en de truck weer in stappen, camera’s in de aanslag. Meteen buiten de camping zien we zebra’s, talloze gazellen en antilopen en waterbokken. We zijn maar net op pad als we vier cheeta’s zien die duidelijk op zoek zijn naar eten. We volgen ze een tijdje, maar uiteindelijke gaan ze in de schaduw liggen. We besluiten verder te rijden en gaan weer richting de rivier. We zien netgiraffen, velvet monkeys en ook een Oryx en dik diks, een pocketsize soort hertje. We ronden een bocht en daar staan ze plots: een groepje olifanten. Vinkje 2: olifant. En dan is het gewoon ineens een real-life wildlife documentaire die zich voor je ogen afspeelt. Waanzinnig

Nadat we op het heetst van de dag in het zwembad hebben gelegen (eindelijk schoon!) pikt Dan ons weer op voor de middag gamedrive. Wat ons dan overkomt is een sprookje. We zien overal om ons heen olifanten! Ze lopen op meters van de truck en ze zijn voor ons, naast ons, achter ons en in de verte. We tellen er wel rond de 80 en er zijn talloze baby olifantjes bij. Dan vermoedt dat het meerdere groepen zijn die samen optrekken in de zoektocht naar water (het is hier nog het droge seizoen). We zijn ontroerd, we vallen stil, geloven het niet. Je hoort alleen maar camera’s klikken. De foto’s en video’s kunnen dat gevoel niet vastleggen, maar we dragen het voor altijd in ons mee. We slapen voldaan onder de sterrenhemel.

Van Samburu naar Lake Nakuru

De volgende ochtend verlaten we Samburu en gaan verder. Maar: wie weet komen we nog wat tegen. Al geloven we niet dat Samburu ons nog meer versteld kan doen staan. Fout gedacht. Dan wordt getipt: luipaard! Mijn god, zou het dan echt, op dag 4?! Je ziet het op deze foto: luipaard check! Wow wow wow.

Een luipaard steekt precies aan onze kant de weg over. | © Sanne van der Valk

En alsof het voor mij niet nog beter kon, treffen we ook onze moeder cheeta met haar drie welpen nog een keer. Met een verse prooi. We zijn de enige truck en ze ligt op meters afstand en is totaal relaxed. Haar jongen spelen en rennen rond, ze doen me denken aan mijn eigen twee kittens van 6 maanden oud. En dan moeten we nog naar Lake Nakuru, het Victoriameer, de Serengeti en de Ngorongoro Krater….

Tussendoor: een lesje Swahili van Dan en Keoko
  • Jambo! –> Hallo! / Welkom!
  • Hakuna Matata –> Geen zorgen! Don’t worry! Be Happy!
  • Pole Pole –> Rustig aan / Relax
  • Rafiki –> Vriend
  • Asante (sana) –> Dank je wel / (Heel erg) bedankt
  • Karibu –> Geen dank / Geen probleem
  • Sawa sawa –> Goed / Mooi / Top / Cool
  • Tjakula Kitamo –> Eet smakelijk
  • Lala Salama –> Goedenacht
  • Asabougi –> Goedemorgen

Lake Nakuru

Na een nacht in een hotel staat Lake Nakuru National Park op de lijst. Hier zijn we maar 1 nachtje en hopen we de neushoorn te treffen want daar staat het park om bekend. In dit waterrijke gebied zien we de eerste gewone zebra’s (strepen tot op de buik), Rothschild giraffen en spotten we de eerste waterbuffels, vinkje 4 van de Big Five. We zien de neusgaten van ons eerste nijlpaard boven het water uitsteken, maar die vinden we nog niet tellen. We denken in elk bosje een neushoorn te zien, maar Dan rijdt flink door. Later snappen we waarom: op de grasvlakte langs het meer lopen wel 5 witte neushoorns met puber. En dat was vinkje 5. Big Five compleet op dag 6. Het is te bizar voor woorden. We zijn door het dolle, vergeten de ongemakken van niet kunnen douchen en slecht slapen. Hier kwamen we voor!

Die avond hebben we op de camping een close encounter met een waterbuffel. Eén van de meest gevaarlijke beesten van Afrika. Ik zit zelf bij het kampvuur als een aantal dames gillen bij het toiletgebouw. We gillen dat ze naar binnen moeten gaan en Jesse, Dan en Keoko komen met enorme zaklampen om te kijken wat ons in de gaten houdt. Vlak naast het gebouw zien we de kenmerkende krullen van de buffelhorens. Gelukkig maakt de buffel rechtsomkeert, waarschijnlijk net zo geschrokken van ons. Maar het is meteen met zijn allen tandenpoetsen en de tenten in.

De ochtend daarna verlaten we de camping en snappen we waarom we bezoek hadden van de buffel. Direct achter het heuveltje van de camping, treffen we een enorme kudde. We gaan naar het uitzicht punt over het meer en genieten van de stilte en een familie rotsdassen.

Het uitzicht over Lake Nakuru. | © Sanne van der Valk

Lake Victoria

De dagen daarna sla ik even over, we skippen door naar de dag waarop we van Kenia de grens met Tanzania overgaan. Het is dag 10 en na de bureaucratische rompslomp (want ook dat is Afrika) krijgen we een stempel in ons paspoort: Welcome to Tanzania. Het landschap verandert, het is hier groener en er zijn meer rotsen. De bevolking is even aardig, maar lijkt het wel iets beter te hebben dan in Kenia. We zijn onderweg naar het Victoriameer. Na een lange dag zetten we onze tentjes op langs de oever. De zonsondergang boven het meer is spectaculair.

De zonsondergang boven Lake Victoria ♥ | © Sanne van der Valk

De ochtend erop gaan we met een boot het meer op. Het is vooral bekend om de vele vogels die er zitten en de monitor lizard (een varaansoort) en de rood-blauwe agame hagedis. ’s Middags ga ik met een groepje nog vogels spotten rondom onze camping. We zien er talloze: van ijsvogels tot wevervogels en van bruine kiekendief tot maraboe.

De Serengeti

Op dag 12 is het zover, we gaan naar de Serengeti. In de taal van de Masai betekent het ‘eindeloze vlakte’ en dat is precies wat het is. Eindeloze natuur. Omdat er alweer wat regen is gevallen, is het oostelijke deel waar wij het park binnengaan een zee van groen en bloemen. Daardoor zijn ook de gnoes en zebra’s terug van hun grote migratie. We zien er duizenden! We merken meteen dat de dieren hier wel wilder en schuwer zijn dan in Kenia. Het lijkt de Lion King wel als de truck de hele kudde gnoes in beweging brengt. We zien hier de eerste gieren van dichtbij en een nieuwe soort giraffen: de Masaigiraffe. Het is een lange rit naar onze camping, midden in de Serengeti. We ruiken ze al van verre als Dan de ‘Hippo-pool’ nadert: onze eerste nijlpaarden. Verderop zien we enorme nijlkrokodillen liggen. Nee in dit water moet je vooral niet komen…

We zetten in op nóg een keer de Big Five: 1 keer in Kenia en 1 keer in Tanzania. We komen al direct een groepje olifanten tegen. We zien de lucht boven ons steeds vaker betrekken en onderweg vallen er pittige buien. In de verte zien we ineens iets rennen. Hyena! We zijn een beetje teleurgesteld dat hij ervandoor gaat, maar dat blijkt niet nodig. De Serengeti wemelt ervan en we zien veel meer hyena’s dan ons lief is, ook vlak naast de truck (en tent). Ook al geloof ik dat hun slechte reputatie niet helemaal gegrond is. Ze hebben toch ook wel weer wat en zijn best fotogeniek.

Als Dan toch een beetje vaart probeert te maken om bijtijds bij de camping te zien, roept Guido dat we moeten stoppen. Wij zagen ze geeneens, maar in het hoge gras heeft hij leeuwinnen gezien. En als we goed kijken, zien we ook het mannetje. Het is een oude man, je ziet het aan alles. Terugtrekkende manen, littekens en wonden. We kennen allemaal de beelden van TV waar oudere mannetjes worden gedood of weggejaagd door jonge rivalen. We vragen ons af of dat ook voor hem geldt. Maar als we letterlijk even verderop drie jonge bachelors zien liggen, vrezen we het antwoord een beetje. Het zijn wel prachtige leeuwen, deze drie. Met weelderige bossen manen, of juist een stoere nog wat korte coupe.

We rijden weer langs hele kuddes gnoes en zebra’s en zien een pasgeboren jong, want het bloed zit nog op zijn vacht. The Circle of Life. Op de camping zetten we de tentjes op, wat inmiddels routinematig gaat, en Keoko kookt een megamaaltijd voor ons aangezien we nu een kookhuisje hebben. Anders kun je hier midden op de Serengeti niet veilig koken, dat trekt de aandacht van zo’n beetje alle roofdieren in de buurt, met de hyena’s voorop. We stemmen unaniem voor een gamedrive bij zonsopkomst de volgende ochtend, ook al zijn we moe en kapot.

Tussendoor: een lesje dieren in Swahili
  • Simba –> Leeuw
  • Chui –> Luipaard
  • Tembo –> Olifant
  • Kifaru –> Neushoorn
  • Nyati –> Waterbuffel
  • Duma –> Cheeta
  • Twiga –> Giraffe
  • Pundamilia –> Zebra

De zonsopkomst de volgende ochtend is prachtig, maar toch niet helemaal onbewolkt. We zitten allemaal nogal duf in de truck, maar de frisse ochtendlucht doet ons goed. We zien groepjes zebra’s, gnoes, maar ook nieuwe soorten als hartebeesten, reedbucks en topi’s. We zien in de verte iets kleins mee rennen met de bus. Met mijn telelens vol ingezoomd zien we dat het jakhalzen zijn, ook een nieuwe soort voor ons. Midden op de weg treffen we een groep hyena’s die liggen te loungen. We zijn ze net aan het fotograferen als een jeepje stopt en tegen Dan zegt dat hij om moet keren. Er is een luipaard gezien verderop. We kijken elkaar allemaal aan en denken bij onszelf: nee dat moet een geintje zijn.

Dan rijdt achter de jeep aan die stopt bij een ‘kopje’. Dat is een typisch gezicht voor de Serengeti: een rotsformatie met daaromheen bomen en struiken. Een beetje zoals de Leeuwenrots in de Lion King. Dit zijn geliefde plekken voor roofdieren als leeuwen, cheeta’s en luipaarden omdat ze er goed uitzicht hebben over de vlakte. We rijden er langzaam rond, maar zien nog niks zitten. We zijn op onze truck na, met maar 2 andere jeeps. Super rustig dus. Er wordt gewezen en we geloven onze ogen niet. Een luipaard kijkt ons aan vanachter de rots. Op zijn dooie gemak checkt hij de boel en gaat weer liggen. Hoe kan dit? Twee keer een luipaard op 1 reis! Als hij opstaat en wegloopt, zijn we eigenlijk al helemaal tevreden. Dan rijdt rustig om het kopje heen en wat ons dan overkomt is de kers op de taart. Helemaal die van mij als fotograaf. Ik hoorde van iedereen dat ik dat beeld van een luipaard in een boom, echt niet ging maken. Deze. Vakantie. Kan. Niet. Meer. Stuk.

En vooral: wat voel ik me nederig dat ik dit mag meemaken. Iedere keer weer valt het me op: deze dieren horen maar op 1 plaats: in het wild. Hier zijn ze voor gemaakt, hier zijn ze op hun best. Hoe hun vacht mengt in het gras, hoe ze totaal opgaan in de omgeving. Afblijven van ze! Het zijn geen huisdieren, ze horen niet in kooien en ze horen al helemaal niet doodgeschoten te worden voor grof geld. Leave only footprints, shoot only photographs.

Na deze geweldige ervaring maakt Dan er een extra lange gamedrive van. We zien een kudde olifanten bij een waterpoel en vier cheeta’s die net een wrattenzwijn hebben gedood en opgegeten en nu liggen uit te buiken in de schaduw. Het bloed zit nog op hun bek en poten. We genieten met volle teugen, maar uiteindelijk moeten we echt terug naar de camping.

Daar slaat het weer snel om en we vinden onszelf schuilend voor de regen in het keukengebouw en in de truck, waar we spelletjes spelen. De middag gamedrive valt in het water en we zijn extra dankbaar dat Dan vanochtend zo lang met ons heeft rondgereden. Keoko maakt vroeg avondeten voor ons en we spelen nog meer spelletjes in het keukengebouw. Het is allang donker als een aantal meiden helemaal ontdaan terugkomt van het toiletgebouw. We zijn letterlijk omsingeld door wel 10 à 15 hyena’s, die afkomen op de geur van het eten. Op zich heel normaal, maar zo in het stikdonker is het wel intimiderend als je met je hoofdlamp rond schijnt en je de ogen om je heen ziet oplichten. We besluiten met zijn allen naar het toiletgebouw te gaan, tanden te poetsen, en de tenten in te gaan. Die avond lig ik met bonkend hart met mijn tentmaatje in de tent. Je hoort ze gewoon rond de tent snuffelen. Maar dat hoort er wel een beetje bij in Afrika: het is super cool, maar ook wel spannend.

De Ngorongoro Krater

De zonsopkomst boven de Serengeti terwijl wij voor de laatste keer onze tenten inpakken en richting de Ngorongoro Krater vertrekken. | © Sanne van der Valk

Als we de Serengeti de volgende ochtend weer verlaten, begint het gevoel te dagen dat we bijna teruggaan. Dit zijn de laatste dagen op het vasteland voor we naar Zanzibar vliegen. Niet aan denken, we hebben vandaag nog 1 geweldige ervaring voor de boeg: met jeeps de Ngorongoro Krater in. Tot dusver hebben we in Tanzania 4 van de Big Five gezien: leeuw, olifant, waterbuffel en luipaard. Met nog een neushoorn maken we de lijst compleet, en die kunnen we daar zien als we mazzel hebben.

De Serengeti loopt eigenlijk over in het beschermde gebied rondom de Ngorongoro Krater. Aan deze kant is het nog erg droog en is de regen nog niet terug. Dit is ook het land van de Masai. We zien ze in hun kenmerkende rode kleding af en toe lopen met hun kuddes vee. Boven aan de rand van de krater, verruilen we de truck voor jeeps. Ook weer een nieuwe ervaring. Langzaam dalen we de steile kraterwand af en voor ons ligt een soort mini-biotoop. Binnen de krater heb je vlaktes, een stuk jungle en een zoutwatermeer. Op de velden vooraan mogen we uit de jeep om een foto te maken, zolang er geen waterbuffels in de buurt zijn. Heel gek om midden tussen de gnoes en de zebra’s te staan.

Dan krijgt de gids een melding: leeuwen in de buurt. We rijden er heen en ik kan het alleen maar omschrijven als de echte Simba. Een mannetje in zijn volle glorie, mat tal van vrouwtjes, pubers van vorig jaar en drie welpjes van dit jaar. Verderop vinden we, alweer, drie andere volwassen mannetjes. De bachelors.

We rijden verder over de vlaktes en zien ook voor het eerst kraanvogels en bij het meer een groep flamingo’s. We spotten ook een nieuw soort jakhals en zien de oude vertrouwden: antilopen, gnoes, waterbuffels en wrattenzwijntjes. Terwijl we door het bos rijden kijken we of we een neushoorn zien. Hier leven alleen zwarte neushoorns en dat zijn blader-eters en geen graseters. We komen wel een olifant tegen. Net als we de bosrand uitrijden wijst onze gids in de verte. Toegegeven: het is geen beste foto. Ze waren eigenlijk te ver weg voor de camera, en al helemaal op het heetst van de dag waardoor er veel beweging in de lucht zat. Maar het zijn echt twee zwarte neushoorns.

Heeeeeel in de verte, zwarte neushoorns! Daarmee maken we voor de tweede keer de Big Five compleet. Maar van het fotolijstje mag hij nog niet! | © Sanne van der Valk

We hebben het door de verrekijker kunnen beamen. Dus daarmee vinken we onze tweede keer Big Five af op onze laatste safaridag. Alhoewel de fotograaf in mij de zwarte neushoorn toch nog op haar verlanglijstje laat staan, want fototechnisch gezien vind ik deze nog niet tellen haha. We maken ook nog een stop bij de ‘Hippo-pool’ waar we een mega groep in het water zien liggen. Er zitten hier ook veel kleintjes bij, dat was op de Serengeti niet zo. Daarna rijden we langzaam de krater weer uit en komen onderweg nog een paar hyena’s en struisvogels tegen. We rijden aan de andere kant van de krater weer de kraterwand op en hebben vanaf daar (het bosrijke deel) een prachtig uitzicht over de krater. Wat een afscheid van het vasteland…

Zanzibar

De dagen erna sla ik weer over, we vliegen meteen door naar Zanzibar. Het eiland der specerijen dat voor de kust van Tanzania ligt. Hier hebben we een paar dagen rust voor we terugvliegen naar Nederland. Vol met indrukken en ervaringen. Alhoewel het hier meer zon, zee, strand, relaxen is, ga ik met een groepje nog naar de zeeschildpaddenopvang. We zien hoe de mensen hier met zeer beperkte middelen hun hart en ziel geven aan de gewonde zeeschildpadden. Twee keer per jaar worden de gezonde schildpadden vrijgelaten op zee. De rest van het jaar mogen ze aansterken in de natuurlijke lagune. De volwassen dieren mag je voeren, maar je mag ze niet aanraken of met ze zwemmen. Dat is zoals het hoort. Maar op Zanzibar wordt helaas ook van dieren gebruik gemaakt. We zien mensen met aapjes aan een riempje die voor toeristen moeten optreden en even verderop zit een zwembad waar je voor geld met schildpadden kan zwemmen.

Bij de schildpaddenopvang in Nungwi, op Zanzibar, mogen we de volwassen dieren in de lagune voeren. Twee keer per jaar worden de gezonde schildpadden weer vrijgelaten op zee. | © Sanne van der Valk

Op onze laatste dag, voordat we terugvliegen, breng ik met een klein groepje nog een bezoek aan het Jozani Forest. Hier leven de rood-witte Colobusapen, die alleen op Zanzibar voorkomen. Je kan hier alleen met een begeleide wandeltocht doorheen, maar de kans dat je de apen ziet is groot. Ook wij troffen deze vriendelijke wezens aan, die zich rustig lieten fotograferen. Het was een mooi laatste foto-moment op dit prachtige continent.

Moe, voldaan, overweldigd maar ook verdrietig over alles wat ik heb gezien, vertrekken we richting Schiphol. Want waar ik totaal aan voorbij ga, zijn de mensen. Ik kan eerlijk zeggen dat de mensen die ik heb ontmoet alleen maar vriendelijk, behulpzaam en aardig waren. Maar zoals Dan en Keoko zelf zeggen: ‘It’s still Africa’. ’s Avonds kan je als westerling beter niet alleen over straat gaan en er is nog heeeel veel armoede. En wat je er ook van vindt: die kleine kindjes nemen een plekje in je hart in. Met die vieze toetjes, in hun vodden. Want ze lachen nog steeds als je met ze voetbalt, als je een foto van ze maakt en die aan ze laat zien, als je kiekeboe roept… Daarin verschillen ze niet van ieder ander kind. Wij hebben als groep, waar we konden, gezorgd dat we voetballen, balletjes en wat knuffeltjes achter lieten. En al het eten van Keoko’s maaltijden dat over was, hebben we gedeeld met de lokale gemeenschap. Het is heel erg dubbel. Maar zoals mijn collega zei: ‘Als je eenmaal in Afrika bent geweest, nestelt het zich in je hart en laat je niet meer los.’ Dat is precies wat het doet. Geen vaarwel, maar een ik zie je in de toekomst weer.

Met heel veel dank aan mijn toffe reisgroep en onze Rafiki’s: Dan en Keoko die ons veilig door twee landen hebben gereden en sterrenmaaltijden kookten met drie pannen en een kampvuur. Asante sana ♥

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s